Idealisme en de nieuwe generatie (Dutch)

De afgelopen decenia is er een beeld gecreerd van onze generatie als de eerste echte post-ideologische generatie. Tot voor kort leefden we zogenaamd in Fukuyama’s  ‘end of history’, een wereld waar het kapitalisme gewonnen had, met onze liberale democratie als eindpunt, waar geen plek was voor de grote collectieve ideologien. Verder zijn we apatisch, opgegroeid met tv, vooral met onszelf bezig in onze comfortabele consumenten leventjes, en te ´realistich´ voor het ‘naïeve’ idealisme van onze ouders’ generatie. Wij vormen de zogenaamde ‘ik-generatie’, individualistisch en extreem narcistisch, waar alles buiten onze directe leefomgeving er niet zoveel toe doet. Dit beeld van de nieuwe generatie is grotendeels onzin. Er zijn genoeg jongeren die vol zitten met idealisme,die nieuwsgierig zijn naar hoe de wereld in elkaar steekt, die vol zitten met empathie voor minder bedeelden, en die zich wel degelijk zorgen maken over bijvoorbeeld klimaatverandering en de apocalyptische proporties van rampen die ons daarmee te wachten staat. Het idealisme is er wel. Het probleem is echter dat de energie van dit idealisme in de verkeerde plekken gestoken wordt.

Nou laat ik mensen die hun idealisme omzetten in het consumeren van de juiste producten (van Max Havelaar producten tot een Toyota Prius) even buiten beschouwing. Ik wil het bijvoorbeeld meer hebben over de jongeren die na hun studie (of tijdens), vol idealisme, aan een slecht betaalde (of onbetaalde) stage beginnen bij een non-profit, waar ze terecht komen in een geprofessionaliseerde werkomgeving, met 9-tot-5 kantoorwerk, waar het probleem van fundraising een centrale rol inneemt, en waar marketing (wat nog altijd niet veel meer is dan het manipuleren van mensen) vaak een nog grotere rol speelt dan voor een multinational. De afhankelijkheid van private en publieke donors voor financiering en de wil om maar toegang te blijven houden tot multinationals, regeringen en hun conferenties leidt tot een politiek van compromis. Bovendien zijn het in deze geprofessionaliseerde organizaties vaak ook nog de carriére-mensen die omhoog klimmen en het voor het zeggen hebben of krijgen. NGOs richten zich vaak op allerlei belangrijke (maar niet fundamentale) side-issues, die allemaal binnen de logica van de ‘vrije’ markt (en het systeem) worden behandeld. Eén van de gebruikelijke bezigheden is het promoten van bijvoorbeeld ‘corporate social responsibility’ (CSR), terwijl het  doel van een multinational vrijwel altijd het maximalizeren van winst voor aandeelhouders zal zijn (een legale verplichting zelfs), waardoor CSR nooit veel meer dan een marketing gimmick zal zijn (of een excuus om broodnodige overheids regulatie te vermijden). Kortom, non-profits zijn over het algemeen volledig gecoöpteerd door de dominante politiek-economische structuren. Het zijn plekken met geen enkele vorm van systeem kritiek, waar al het idealisme uit je gezogen wordt. Het is dan ook niet gek, maar wel typerend, dat zelfs ‘gewone werkende’ (en tot voor kort ‘post-ideologosiche’) Amerikanen in de recente Occupy protesten al snel uitkomen op wereldperspectieven en slogans die in radicalisme veel verder gaan dan die van de grote meerderheid van NGOs.

Een andere vorm van activisme waarin veel jongeren hun idealisme in steken is microkrediet. Het probleem is hier niet alleen dat zelfs het populaire Kiva.org ordinaire for-profit “field partners” heeft die woeker-rentes eisen van gemiddeld 35%, maar vooral ook dat er simpelweg voor de arme entrepeneurs maar een beperkt aantal mogelijkheden zijn om succesvol hun geleende begin kapitaal om te zetten naar iets groters. De claim van de Nobelprijs winnende econoom Muhammad Yunnus, stichter van de microkrediet beweging,  dat globale armoede door middel van microkrediet weggevaagd gaat worden worden is ondenkbaar en utopisch. Naast microkrediet zijn enkele vrienden van mij ook helemaal weg van ‘social entrepeneurship’, binnen de logica van de markt, dictactuur en ongelijkheid bestrijden, vaak door middel van allerlei irritante social media strategiën, maar natuurlijk zonder de onderliggende politiek-economische structuren an sich te bedreigen.

Nu wil ik niet het talloze goede werk van de Oxfam Novibs, Greenpeaces, Amnesty Internationals, enzovoort ontkennen.  Er zijn ook honderden voorbeelden van social entrepreneurship waar mensen groot profijt van hebben. En ook niet elke vorm van micro krediet verlening aan armen leidt tot gigantische schuldenlasten waaruit slachtoffers geen andere uitweg dan zelfmoord weten. Natuurlijk, er zit niks kwaads in al dit goed bedoelde idealisme. Maar de overeenkomst in al deze populaire vormen van idealisme is alleen wel dat er geen potentie in zit voor het soort sociale verandering dat wel daadwerkelijk nodig is. Er zit geen enkele bedreiging in voor de status quo en elke vorm van systeem kritiek ontbreekt. Overal komt het neer op individuele verantwoordelijkheid, dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen, maar dan wel binnen de logica van de markt die buiten discussie staat, en om vooral ook niet publieke diensten te ‘misbruiken’ (aangezien anderen daar dan weer voor opdraaien). Het is strikt individualistisch en sluit aan op een wereld waar alles in economische termen wordt gezien, en waar alles in kosten en baten wordt berekend. Als we deze logica te ver doordenken kunnen we wat mij betreft net zo goed ook wel meteen collectief zelfmoord doen als menselijkheid.

Maar het is wel duidelijk hoe dominant deze logica is voor jongeren tegenwoordig. Zelfs veel van de meer idealistische jongeren nu willen van jongs af aan carriére proberen te maken. Een duidelijk voorbeeld is ook de studiekeuze van jongeren. Kijk naar de populariteit van MBA studies, die een 20 jaar geleden nog amper studenten kon trekken buiten ‘dat over-de-top kapitalistische’ Amerika. Onder het motto van individuele verantwoordelijkheid wordt het je nu afgeraden om een studie als Filosofie te kiezen, want ‘eigen schuld’ als je na je studie geen baan kan vinden. Beter doe je één van die studies die er voornamelijk zijn om studenten te verkleinen tot een zo effectief mogelijk scharnier in de machine van het systeem. In plaats van het oude Bildungsideaal, waarin studie tot verlichting en zelf ontplooiing dient, worden we als robots klaargestoomd voor het bedrijfsleven. Aan filosofie doe je maar in je ‘vrije tijd’.

Al het opgenoemde idealisme; van politiek consumeren, het merendeel van het non-profit werk, microkrediet en social entrepeneurship, valt binnen de neoliberale logica van individuele verantwoordelijkheid en markt-denken. Maar het is juist deze neoliberale logica waar tegen jonge idealisten zich tegen moeten keren. Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Maar een begin zit zich in een terugkeer van een protest cultuur. Er moet een eind komen aan wat je de ‘geenstijlificatie’ van protest zou kunnen noemen, het in de zeik nemen van alle radicalere vormen van idealisme. Een Geenstijl vermaakt de verveelde massa van mensen die in hun saaie 9-5 kantoorbanen de doelloze leegte van hun bestaan weg moeten ‘reaguren’ op het internet. Dit bittere cynisme dat zich als ‘realisme’ verschuilt voedt een misplaatst superioriteitsgevoel boven de mensen die wel inzien dat radicale verandering nodig en daarvoor in actie komen. Het is tijd om over de sociale druk tot apathisch conformisme heen te stappen en om weer de straten in te nemen voor onze idealen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s